Bescherming van de handelsnaam

bescherming handelsnaam

De bescherming van handelsnamen is een essentieel aspect van het intellectueel eigendomsrecht, dat bedrijven in staat stelt hun identiteit en reputatie te waarborgen. In een concurrerende markt is het cruciaal dat ondernemingen zich kunnen onderscheiden van hun rivalen, en een unieke handelsnaam speelt hierin een sleutelrol. In dit artikel wordt ingegaan op de manier waarop de handelsnaam beschermd wordt.

Hoe wordt de handelsnaam beschermd?

De bescherming van de handelsnaam is een intellectueel eigendomsrecht verbonden aan de handelszaak. Deze bescherming komt toe aan de eerste gebruiker van deze naam en dit automatisch vanaf het eerste publieke gebruik. Deze bescherming laat de eerste gebruiker toe een later gebruik van de naam te verbieden indien het gebruik van deze naam mogelijk verwarring kan stichten binnen het geografisch gebied waarin de oudere handelsnaam gebruikt wordt.

De bescherming van de handelsnaam is opgenomen in het Wetboek Economisch Recht. Meer specifiek in de artikelen VI. 17 en VI. 104:

  • Art. VI. 17, 4° WER verbiedt reclame die gegevens bevat die verwarring kan doen ontstaan met een andere verkoper, goederen, diensten of activiteiten. Om dit artikel te kunnen inroepen dient deze handelsnaam dus gebruikt te worden met reclamedoeleinden. Het gebruiken van de handelsnaam moet dus een verkoop bevorderend doel hebben.
  • Art. VI. 104 WER is dan weer een bijzondere toepassing van de algemene aansprakelijkheidsregeling uit art. 1382 BW. Dit artikel verbiedt elke daad strijdig met de eerlijke handelspraktijken waardoor een onderneming de beroepsbelangen van een of meer andere ondernemingen schaadt of kan schaden. In dit geval zal de mogelijke schade dus moeten bewezen worden om dit artikel te kunnen inroepen.

Voorwaarden voor de bescherming

De bescherming van de handelsnaam begint op het moment dat de naam wordt gebruikt. Er zijn geen verdere formaliteiten vereist, maar het is wel essentieel dat de naam beschikbaar is en niet al door iemand anders wordt gebruikt. De handelsnaam moet bovendien continu publiek worden gebruikt om bescherming te behouden; een naam die niet meer wordt gebruikt, verliest zijn bescherming.

Het onderscheidend vermogen van de naam is geen vereiste voor bescherming. Zelfs handelsnamen met een beperkt onderscheidend karakter kunnen beschermd worden, hoewel hun bescherming minder sterk zal zijn dan die van meer onderscheidende namen.

Verwarringsgevaar

De bescherming van de handelsnaam is niet absoluut. Andere ondernemingen kunnen dezelfde of een gelijkaardige handelsnaam gebruiken. Dit kan enkel indien geen verwarringsgevaar bestaat. Deze verwarring kan zowel rechtstreeks als onrechtstreeks zijn. Bij rechtstreekse verwarring verwart het relevante publiek in die mate dat zij de ene onderneming voor de andere neemt en dus niet ziet dat het in de praktijk om twee verschillende ondernemingen gaat. Bij onrechtstreekse verwarring kan het relevante publiek de ondernemingen wel van elkaar onderscheiden maar door de gelijkheid van de handelsnamen denkt het publiek dat er een band bestaat tussen deze ondernemingen.

Of er verwarringsgevaar bestaat, zal steeds in de praktijk moeten beoordeeld worden. Het is hier vooral belangrijk om te kijken naar de totaalindruk die het publiek krijgt. Dit publiek is een publiek met een gemiddelde aandacht zonder speciale vakkennis. Zowel effectieve als potentiële verwarring zijn voldoende om een inbreuk te kunnen inroepen. Het is niet noodzakelijk dat er effectief verwarring bestaat, een risico op verwarring is voldoende.

Of er een verwarringsrisico bestaat, hangt af van verschillende factoren. Eerst en vooral dient gekeken te worden naar de naam zelf. Hoe groter de gelijkenis tussen de twee namen hoe groter het risico op verwarring is. Vooral de uitspraak van de namen is hier belangrijk. De verwarring kan in sommige gevallen ook visueel zijn (bijvoorbeeld door een lettertype, kleur in het logo of uithangbord). Een verwarring gesticht door een van deze twee elementen is voldoende om een totale verwarring te veroorzaken, ze hoeven dus niet beide aanwezig te zijn.

Ten tweede dient gekeken te worden naar de activiteit van de twee ondernemingen. Indien het gaan om twee totaal verschillende sectoren en activiteiten zal er in de praktijk geen verwarringsgevaar zijn. Hoe dichter de activiteit van de ondernemingen bij elkaar ligt hoe groter het verwarringsrisico.

Ten slotte is de geografische uitstraling van belang. Ondernemingen die dichter bij elkaar gevestigd zijn, hebben een groter risico op verwarring dan bedrijven die verder uit elkaar liggen. Bij sommige ondernemingen kan de bekendheid van de handelsnaam ook verder reiken dan de fysieke vestigingsplaats.

Vordering tot staking

De houder van een oudere handelsnaam zal zijn vordering tot staking van het gebruiken van de verwarring stichtende naam op basis van art. VI. 17, 4° en VI. 104 WER moeten richten tot de voorzitter van de ondernemingsrechtbank.

Conclusie

De bescherming van de handelsnaam is een intellectueel eigendomsrecht verbonden aan de handelszaak. Deze bescherming komt toe aan de eerste gebruiker van deze naam en dit automatisch vanaf het eerste publieke gebruik. Op basis van art. VI. 17, 4° en VI. 104 WER kan de houder van de oudere handelsnaam een vordering tot staking instellen voor de voorzitter van de ondernemingsrechtbank. De voorzitter zal dan moeten nagaan of er effectief een verwarringsgevaar bestaat door te kijken naar de gelijkenis van de naam, de activiteit van de ondernemingen en hun geografische uitstraling. Wanneer toepassing wordt gemaakt van art. VI. 104 WER zal bovendien de mogelijke schade moeten worden bewezen.

Deel dit op